Het Laatste Nieuws. Welkom bij de Botterstichting. Het Bestuur. Wat is een Botter?. Bemanning van onze Botters. Ons Fotoboek. Het Actuele Weer. De Botter Shop. Gastenboek. @Contact en links. Visserijdagen Harderwijk. Botter huren in Harderwijk.

 

1907 - De Vispoort in Harderwijk

 

Harderwijk en de visserij horen bij elkaar. In de sport zeggen ze, dat is een één-tweetje. Vele jaren is de visserij voor Harderwijk van zeer bijzondere betekenis geweest. Als dominante havenplaats tussen de Oost- en Zuidwal was de haven van Harderwijk voor veel andere voormalige Zuiderzeebotters een vertrouwde plaats. Niet alleen om vis naar de veiling te brengen, maar ook voor nevenactiviteiten zoals de bekende werf van Oost en de diverse zeilmakerijen waren voor de voormalige Zuiderzeevissers van groot belang.

Ook waren er in vroegere tijden dominante Harderwijkers. Zoals bijvoorbeeld Eibert den Herder.

In de jaren twintig en dertig domineerde Eibert den Herder het openbare leven in Harderwijk en hij is de drijvende kracht geweest achter veel veranderingen die Harderwijk vooruit hebben geholpen.

 

In het boek: Een cultuur valt droog, schrijft Froukje Wieringa niet bepaald positief over het historisch visserijbesef in Harderwijk. Weinig is daarvan bewaard en Harderwijk gaat volgens mevrouw Wieringa slordig met het verleden om. Die conclusie ligt feitelijk voor de hand.

 

Binnenkomende botter in oude haven van HarderwijkGeen enkele visserman was vroeger nauwelijks geïnteresseerd in de oprichting van bijvoorbeeld een museum. Een museum voor volkscultuur richt je in als je vreest dat die uit het zicht dreigt te verdwijnen of reddeloos verloren gaat. Alleen de toenmalige gegoede burgers hadden in vroegere jaren voldoende afstand van de vissers en de visserijcultuur om te kunnen voorzien dat die cultuur zou verdwijnen samen met de Zuiderzeevisserij. Voor hen was behoud ervan een interessant project. Uiteindelijk heeft één en ander geleid tot de oprichting van het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen.

 

De gedachte om de eigen cultuur te conserveren kwam in die tijd bij de vissers zelf nog niet op.

Zij waren immers nog volop bezig met vissen toen de Afsluitdijk gesloten werd en nog jaren daarna. Anderen deden wanhopig pogingen zich een nieuw bestaan op te bouwen, zoals in Harderwijk de eendenhouderijen plotseling erg populair werden. In alle gevallen was een museum volstrekt oninteressant in vergelijking met de echte kwesties in het leven: namelijk er moest brood op de plank.

 

Mevrouw Wieringa kan gerust zijn. Harderwijk gaat wel degelijk zorgvuldig met het visserijverleden om. Zoals bijvoorbeeld met de jaarlijkse organisatie van de Visserijdag Harderwijk tijdens de laatste zaterdag van augustus. Dan ligt de vissershaven weer vol botters, veel enthousiaste mensen, verhalen over hoe het vroeger was. Specifieke visserijambachten gelardeerd met de geur van taan en palingrook.

 

De tijd heeft veel veranderd

De aanvankelijke zeilvisserij maakte plaats voor grotere mechanisch aangedreven stalen schepen.

De Vissershaven van Harderwijk werd te klein en daarom heeft het gemeentebestuur destijds in de vaart der volkeren besloten om de haven te vergroten. Harderwijk ging wel degelijk met z’n tijd mee.

In de huidige vissershaven is het beeld van de vissersvaartuigen drastisch veranderd. Harderwijk is nu nog slechts de thuishaven van 3 palingvissers. De HK 61 van Meindert Klaasssen, de HK 68 van Kees Klaassen en de HK 7 van Piet Jansen. En met die HK 7 heb ik persoonlijk een bijzondere band.

De aanvankelijke houten botter heeft later plaatsgemaakt voor een stalen botteruitvoering voorzien van een robuste motor maar geen zeilvoering meer. Behalve dan een zogenaamde kluiver om bij het stilliggen ongewenste schommelingen tegen te gaan. Een zogenaamd slingerzeiltje.

De HK 7 is eigendom geweest van de opa van mijn echtgenote. Schipper Meijndert Jansen heeft vele jaren met de botter gevist en heeft het schip later overgedaan aan z’n zonen Jan en Jacob.

Met dat schip heb ik een aantal keren zelf meegevist. Met Jan en Jacob Jansen aan het roer en in gezelschap van knecht of zoals deze functionaris in het botterjargon wordt genoemd het: derdemannetje in de persoon van Aalt met als bijnaam Lammetjespap.

 

Het derdemannetje bijvoorbeeld verrichte altijd op vrijdag de noodzakelijke schoonmaak- werkzaamheden aan boord. In zo’n mannenhuishouding moet u zich niet te veel bij voorstellen en qua hygiëne in bijvoorbeeld het *vronder* (vooronder) was het een beetje afzien. Dat derdemannetje was vaak het mikpunt van kritiek en over zijn positie is vroeger het volgende gedicht ontstaan:

 

 Vrijdags is het poetsen en schuren

 Dat moet die arme derdeman verduren

 Is er dan nog ‘n vlekje op ‘t goed

  Dan heeft de schipper geen goede moed

 Slaat ‘m op z’n falie zoals het behoort

 Wat doe je anders met zo’n luie derdeman aan boord!

 

Overigens achtte zich elke vissersplaats wat betreft de helderheid beter dan elke andere.

Volgens de Harderwijker vissermannen betekende het VN van Vollenhove: Vlooie Nest.

 

Tot het takenpakket van het derdemannetje behoorde ook het regelmatig sorteren van de vangst.

De paling ging in het bun, en de spiering en schele post werden afzonderlijk gescheiden en deed dienst als voer voor de eenden, of werd afgevoerd naar de vismeelfabriek van Eibert den Herder.

Voor het sorteren van de paling gebruikte men een speciale techniek. Namelijk met behulp van een zogenaamd aalbakje werd de paling gemeten. Onder de 28 cm. was de zogenaamde ondermaatse en die moest weer overboord.

 

Vroeger viste men voornamelijk met de kuil en dat was een bijzondere tijd

Twee dagen van huis en in een constant tempo doorwerken. Regelmatig werden de netten opgehaald en dat was een tamelijk zware klus. Al die handelingen gebeurden handmatig.

Met name de nachtelijk uren heb ik als bijzonder ervaren. De bemanning lag te slapen in het vooronder en de schipper aan het roer. Ik kan me die momenten nog goed herinneren. Bijzonder vond ik altijd de herkenbaarheid van de omliggende schepen. Aan de toplichten en de contouren van de botter zag de schipper wie z’n concurrenten waren. Dat is een Vollendammer kwak en kijk daar….dat is een Bunsjoter. Precies zoals ome Jacob dat zei.

 

In het visserij-jargon dames en heren, werden de schepen nauwelijks met hun registratienummer aangeduid maar veel met de naam van de schipper-eigenaar. Bijvoorbeeld de HK 7 was rondom de vissershaven bekend als de schuutte van Meijndert van Jan van Meijndert. En wat dacht u bijvoorbeeld van de HK 6 van Garrit de Druul, of de HK 18 van Bartus de Ketellapper, de HK 19 van Hendrik Propje, de HK 20 van Kees van Kaatje, terwijl de HK 90 aan Jabek van Jan van Trui toebehoorde. De gehele scheepslijst zal ik verder maar niet citeren maar naast de genoemde varieerde het van Aart Soep, Kars Knol, Piet Wasem tot en met Dirk Kontje.

 

Al die bijnamen waren karakteristiek in het Harderwijker Visserijwereldje en de oorsprong ervan is soms moeilijk te achterhalen. Een aantal zijn wel bekend, zoals bijvoorbeeld Barend De Flappe van de HK 59: hij kreeg die naam vanwege het feit dat hij in plaats van de gebruikelijke pet een zwarte hoed droeg met een brede rand. Een ander kledingstuk was aanleiding om Aart Kok als bijnaam Kommies te geven. Dat kwam omdat hij altijd een broek droeg die veel leek op de uniformbroek van een kommies van de belastingen. Willem Foppen had vroeger op de hervormde jongelingsvereniging vaak een afwijkende mening. Dat gedrag leverde hem de bijnaam: Willem de Linkse op.

 

En wat dacht u bijvoorbeeld van: de zeuven dorre. Sam Schaftenaar had namelijk 7 ongehuwde dochters. Die score was niet van toepassing op de Rijke Jongeling. De beide zonen van deze succesvolle schipper vissen thans met de EH 49, vroeger de HK 49, rondom Enkhuizen. De havenmeester vervulde in het visserijgezelschap uiteraard ook een bijzondere plaats en dat leverde Kees Petersen in vroegere tijden de bijnaam: Mooi Weertjen op, omdat hij deze uitspraak nagenoeg het gehele jaar door noemde.

 

De traditionele Harderwijker vissersfamilies verminderen snel

Aan de Havendam woont echter nog een rasechte vissersfamilie, en deze familie bestaande uit tweeHavendam in Harderwijk in oude tijden zussen en twee broers kijken nog dagelijks uit op de vissershaven en mijmeren zo af en toe over vroegere tijden. De visserij is de familie Foppen als het ware met de paplepel ingegoten. De nazaten van moeder Aardje en vader Jan weten veel over de goeie ouwe tijd te vertellen. De broertjes moesten al vroeg mee naar zee en de toenmalige houten botter de HK 10 was een vertrouwd beeld op de voormalige Zuiderzee. Alle nieuw ontwikkelingen zijn van zeer nabij meegemaakt. Vader Foppen was rondom het hele voormalige Ijsselmeergebied een bekende persoonlijkheid. Hij fungeerde dikwijls als spreekbuis voor de vissers in diverse overlegsituaties. Bij het vissersvolk stond vader Foppen bekend als de: Nestor van de Zuiderzee.

 

Na de realisering van de Afsluitdijk werd de schaalvergroting fors ingezet. en ook de Harderwijker vissers gingen met die maalstroom mee. De houten botters bleven in de havens achter en de visserij werd voortgezet op het IJsselmeer met moderne stalen schepen. Uiteindelijk heeft als gevolg van de inpoldering een sanering plaatsgevonden van de voormalige Zuiderzeevloot. De omvang van die vloot is thans van een bescheiden omvang. Het behoud daarvan heeft tegenwoordig een optimale aandacht. Vrijwel alle nog functionerende houten botters zijn aangesloten bij de Nederlandse Vereniging voor Botterbehoud. Thans zijn ruim 70 botters lid van deze vereniging en slechts onder stringente condities kan men lid blijven. De tuigage van de botter moet bijvoorbeeld in de originele staat blijven. Dat betekent dat het gebruik van dracon zeilen beslist uit den boze is.

Om die reden is bijvoorbeeld de VD 158 als lid geroyeerd.

 

Een ander specifiek onderdeel bij botters zijn bijvoorbeeld de teksten op de vooronderdeurtjes.

Veel daarvan bestaan nog steeds zoals bijvoorbeeld de volgende:

 

  Hij die gebreken vindt in ‘t mijne

 Kijke naar zichzelf en bezie het zijne

 En vindt hij daar geen gebreke

 Dan mag hij vrij van ‘t mijne spreken.

 

Of op het vooronderdeurtje van Goossen Foppen (bijgenaamd De Troete) op de HK 84:

 

 Al zachtjes zeil ik met mijn schuit

 Werp ik in zee mijn netten uit

 Met hartelijk verlangen

 En daar Het Oog dat op mij ziet

 In storm of stilt” op zee gebied

 Hoop ik dan vis te vangen.

 

Het product vis kent vele facetten

In Harderwijk wordt deze schakel in belangrijk mate bepaald door vissers en visrokers. Immers de gevangen vis moet worden bewerkt tot een eetbaar geheel. Vandaag de dag worden producten in veel gevallen voorzien van een keurmerk. Dat was bijvoorbeeld in het verleden het bekende stempel van de Nederlandse vereniging van huisvrouwen, maar in vroegere tijden bestond dat niet.

Voor wat betreft de vis werd het keurmerk soms bepaald in relatie met de plaatsnaam.

 

Op de markten in het westen van het land waren op zaterdag de Harderwijkers erg populair.

Die Harderwijkers voor ingewijden bekend als warm gerookte haring of zogenaamde stoombokking stond regelmatig op het menu. Met name die Harderwijkers bepaalden in hoge mate de vraag op de vismarkten in het westen. De Harderwijkers als synoniem voor kwaliteit. Om dat resultaat te bereiken dames en heren waren naast de vissers rokers nodig met kennis van zaken. Die kenden en kennen we nog steeds in Harderwijk. Je zou bijna kunnen zeggen: de visrokers zijn een soort ambassadeur van onze stad. Verreweg de grootste palingrokerijen zijn in Harderwijk gevestigd en vanuit onze stad worden vele landen van gerookte paling voorzien.

 

De vissershaven van Harderwijk telt nog slechts één originele botter, namelijk de HK 172. Dit volledig eikenhouten schip werd in 1899 op de werf van Schepman in Kampen gebouwd. Onder het registratienummer EB 28 maakte de botter aanvankelijk deel uit van de Elburger vissersvloot.

De botter, van het type Hasselaar, werd in de beginjaren ingezet voor de vangst van haring, spiering, ansjovis en bot. Verder werd de botter uitgerust met een dwarskuil, palingkistjes en aalkubben.

De HK 172 heeft vele avonturen meegemaakt. Behalve de visvangst is de botter tijdens de oorlogsjaren van 1940 regelmatig ingezet voor het vervoer van kool vanuit de Broekerhaven en aardappels, de zogenaamde Borgers, uit Drenthe. De botter is uiteindelijk in 1982 aangekocht door de Harderwijker Botterstichting. Na een grondige restauratie is het schip weer in originele staat en de zeilvaardigheid is uitstekend te noemen. Bij de in juni van dit jaar georganiseerde Oostwalwedstrijden eindigde de botter in een totaal deelnemersveld van 28 botters op de derde plaats.

Met de instandhouding van de botter dames en heren proberen we het cultuurhistorisch visserijverleden in Harderwijk te bewaren. Een verleden waar we met respect over spreken en het zeker verdient om voor de toekomst te bewaren. Voor altijd.

 

Otto Buttner

De Harderwiekers Heten U Welkom ......